4 Onderwerpen

H5
5.1
Doen wat gezegd wordt
5.2
Monniken en Riders
5.3
Het ontstaan van de arabische wereld
5.4
Godsdiensten in onze samenleving
Karel de grote
Franken/Germaanse volk valt Romeinse rijk binnen onder Karel de Grote.
Groot deel van Europa krijgt hij in zijn bezit.
Hij was christelijk. En wilde dat iedereen christelijk werd zodat
ze naar hem luisteren.
Willibrord
Geloof in verschillende goden inde tijd van monniken en ridders (500 - 1000). Monniken gingen mensen tot Christenen bekeren. Willibrord was een belangrijke monnik. Karel werd hier blij van
Edeken
Steeds meer mensen werden Christelijk.
Leefden volgens Godsdienstige regels.
Priesters preekten
Monniken en nonnen leefden in afgezonderde kloosters.
Deze mensen noemen we geestelijken,
Edelen
Rijk Karel de Grote werd te groot om alleen te besturen.
Karel verdeelt zijn rijk in honderden graafschappen/gebieden.
Een graaf werd de bestuurder van een graafschap.
Een graaf staan soldaten en paarden af aan Karel de Grote.
Karel krijgt zo nog meer macht.
Graven mochten het graafschap besturen en iedereen moest naar ze luisteren.
Ander naam voor graven is edelen en samen vormen zij de adel.
Heren en horigen
Boeren werden niet de baas van het graafschap waar ze woonden. De heer (vaak de edelman) was vaak de baas en woonde in een kasteel. Boeren moesten hen gehoorzamen. Ze mochten bijv. niet trouwen met iemand uit het land van een andere heer of verhuizen. Dit noemen we horigen.
Een deel van hun opbrengst gaven ze aan hun heer als belasting. In ruil daarvoor beschermde de heer de boeren.
De keizer had dit in een wet zo geregled.
Het verhaal van Mohammed.
Jezus was belangrijk persoon voor de christenen.
Een paar eeuwen later werd Mohammed geboren (570-632).
Hij was handelaar in Mekka (stad Arabie).
Mohammed kreeg boodschappen van Allah (god) en werd dus een profeet.
Nieuwe godsdienst Islam was gestart.
Daarin stond hoe in Moslim moet leven.
Arabische veroveringen
Met´n groot leger lukte het gebieden veroven en mensen te beteren.
Na zijn dood gingen zijn opvolgers de kalief door met veroveringe.
Arabische rijk werd groot van Spanje met India .
Arabische rijk wilden Europa veroveren, maar in Frankrijk werden ze verslagen door Karel Martel (Groot vader karel grote)
Islamitishe geloofregel
In de veroverde islamitische landen werd moskeeën gebouwd.
Daar werd hun geleerd hoe ze moeten leven, namelijk volgen de 5 regels/zuiken
1 een keer naar mekka gaan.
2 ramadan doen.
3 bidden voor Allah.
4 de heilige boek van Moslims leren.
5 geld aan armen geven.
Inwoners die in meerdere goden geloofden moeten zich beleren.
Christelijken en joden die ook in een god geloofden, mochten zich hun geloof behouden.
Contact tussen christenen en moslims
In de tijd van monniken en ridders waren er veel vreedzame en vijandige contacten tussen christenen en moslims. Vreedzame contacten bestonden vooral uit handeldrijven. Ook werd er oorlog gevoerd. Jeruzalem was voor de christenen belangrijk, omdat Jezus daar geboren en gestorven was. Voor de moslims omdat Mohammed van daaruit een reis naar de hemel heeft gemaakt.
Legers van chritelijke soldaten wilden de stad veroveren ==>> kruistochten.
Soorten scholen
In Nederland zijn er 2 soorten scholen.
Openbare scholen: Opgericht door de overheid.
Bijzondere school: Groep mensen hebben het zelf gesticht. Zij hebben hun eigen levensbeschouwing, voorbeeld religie.
Volgens de wet zijnde scholen vrijgelaten wat betreft de lessen en moet iedereen wel dezelfde examen afleggen.
Invloed van geestelijken
De geestelijke leiders vertellen hoe de volgelingen moeten leven. Zo hebben geestelijken invloed op het gedrag van de mensen. Men kon tegenover elkaar gaan staan. Tegenwoordig is dat niet meer zo.
Meeste aanhangers heeft het christelijke geloof in Nederland. Zowel de rooms-katholieken als de protestanten horen hierbij.
Kerk en staat
Alle godsdiensten zijn toegestaan en iedereen mag zelf bepalen om wel/niet aan te sluiten ==>> vrijheid van godsdienst.
Vroeger was het christelijk geloof de norm van de wet. Nu is dat niet meer ==> scheiding kerk en staat.
Godsdienst en conflicten
Conflicten in de wereld ontstaan vaak tussen groepen die een verschillende godsdienst aanhangen. Zo woedde in 1995 een burgeroorlog in Bosnië tussen de moslims en christenen.
Hoe toleranter de mensen zijn des te kleiner de kans op conflicten.
Regels en wetten
Stoppen voor het stoplicht valt onder verkeersregels. Zo zijn er allerlei andere regels die voor alle inwoners van Nederland gelden. Staat het in her wetboek, dan wordt het wet genoemd.
Macht en imvloed
Als je moet doen wat de ander zegt, dan heeft dat te maken met zijn/haar macht. Zo moet je luisteren naar de politieagent. Ook kun je wat doen door het over te nemen van een ander. Het moet niet, je wilt het door naar anderen te kijken en luisteren. Ze oefenen invloed op je uit.
Bestuurders
De koning is ons staatshoofd. Hij is de hoogste bestuurder van het land. De burgemeester staat aan het hoofd van eengemeente,
De regering
De groep mensen die de wet bedenken, dat zijn de ministers Die groep debben ie de macht noemen we de regering. De leider hiervan is de minister-president. Deze samen noem je de overheid. Ze besturen de Nederlandse staat. Alles wat met het leiden van het een land te maken heeft, heet politiek.
Democratie
Wil de regering de wet veranderen, dan wordt dat aan de Tweede Kamer voorgelegd. Zij zijn met de laatste verkiezingen gekozen door het volk. Het zijn volksvertegenwoordigers die samen het parlement vormen. Als meer dan de helft instemt dan mag de wet veranderen.
Door verkiezingen beslissen mensen uit het volk mee over het bestuur van een land. Dit noem je democratie.
36